Het @Ministerie van #Volksgezondheid heeft hiervoor recent een Implementatieplan gepresenteerd, het is nu aan de regio’s om hier voortvarend mee aan de slag te gaan. #jzojp
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen. Beleidsregel
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van de Wmg, stelt de NZa beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid tot het vaststellen van een vereffeningbedrag als bedoeld in artikel 56b van de Wmg. Vaststelling budget Regeling informatievoorziening
Gelet op artikel 59, aanhef en onder c en e van de Wmg, heeft de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) met brieven van 15 juli 2013 en 13 november 2020, met respectievelijk kenmerk 130899-106615-MC en 1776599-213723-PZo, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een tweetal aanwijzingen op grond van artikel 7 van de Wmg, aan de NZa gegeven. Deze aanwijzingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant onder nummer 20624 en 60466.
Het RIVM berekent elk jaar hoeveel ambulances in Nederland in het jaar daarop nodig zijn. In 2022 zijn dat er op werkdagen overdag 652, 10 meer dan in 2021. Op werkdagen in de avond zijn 13 auto’s meer nodig, op werkdagen in de nacht 2 minder dan in 2021.
Het ‘referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg’ berekent het aantal ambulances waarmee de ambulancezorg in Nederland kan worden uitgevoerd. Dit model is gebaseerd op een aantal uitgangspunten voor de Nederlandse ambulancezorg. Voorbeelden zijn de tijd na een melding waarbinnen een ambulance ter plaatse moet zijn en de spreiding van de standplaatsen over het land.
De berekening wordt normaal gesproken gemaakt op basis van het aantal ambulanceritten en de duur ervan in het jaar ervoor. Dit keer zijn de gegevens gebruikt van de jaren 2015 tot en met 2019. De gegevens over 2020 zijn niet gebruikt omdat het aantal ritten in dat jaar lager was dan verwacht door de uitbraak van het coronavirus SARS-CoV-2. Ook duurde een rit in 2020 gemiddeld langer dan verwacht.
Het RIVM heeft op drie verschillende manieren het feitelijk aantal ritten van 2020 gecorrigeerd en één methode als de beste aangewezen. Het ministerie van VWS, de Ambulancezorg Nederland (AZN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) hebben dit advies overgenomen. Het RIVM heeft deze methode vervolgens gebruikt in het referentiekader-2021. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gebruikt de uitkomsten van het referentiekader in haar rekenmodel om de regionale budgetten te bepalen.
Als vakgroep ambulancechauffeurs willen wij jullie graag meenemen in de bijzondere positie die wij bekleden binnen de Ambulancesector en de daar bij behorende buitengewone positie die we hebben binnen de beroepsvereniging V&VN vallend onder de afdeling Ambulancezorg.
Ambulancechauffeur Het beroep ambulancechauffeur is een begrip in Nederland, en aan veranderingen onderhevig geweest de laatste 25 jaar. Als vakgroep zijn we op dit moment bezig met het beschrijven van het Expertisegebied Ambulancechauffeur. In navolging van het Expertisegebied Ambulanceverpleegkundige dat sinds 2015 bestaat was er binnen de vakgroep behoefte om op te schrijven wat de ambulancechauffeur, die hoog complexe zorg levert, allemaal doet. Door de invoering van FWG 3.0 binnen de sector kwam een discussie over de beschrijving van de werkzaamheden op gang. In verschillende regionale ambulancezorgvoorzieningen is er wisselend mee om gegaan. We gaan hierover graag met iedereen in gesprek.
Als vakgroep worden we ook regelmatig om advies gevraagd. Te denken valt dan aan veiligheidsvraagstukken, kwaliteit en natuurlijk geven we ook ongevraagd advies of zetten zaken op de agenda van de overkoepelende V&VN Ambulancezorg.
Dat we bijvoorbeeld onder de wet BIG vallen is niet bij iedereen bekend. Dit is gebaseerd op de volgende passage:
“Tevens stelt de wet BIG eisen aan de individuele zorgverlener. De wet heeft als doel de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het verlenen van goede kwaliteit van zorg in eerste instantie bij de beroepsbeoefenaar zelf ligt.”
Oftewel er zijn voldoende redenen om deel te nemen aan de vakgroep. Voor vragen of meer informatie kun je contact op nemen met Peter van der Vloet (voorzitter/coördinator) per mail AmbuChauffeurs@gmail.com
We hebben vier keer per jaar een vakgroep vergadering waarvoor je gefaciliteerd wordt door je werkgever, die werktijd beschikbaar heeft gesteld. Informeer eens bij je eigen RAV.
Juridische positie Hoe kwetsbaar de ambulancechauffeur eigenlijk is, heeft niet iedereen altijd even goed op het netvlies. We zijn namelijk civiel- en strafrechtelijk aansprakelijk voor al ons handelen!
De bestuurder van een voorrangsvoertuig blijft steeds strafrechtelijk verantwoordelijk voor zijn eigen beslissingen en rijgedrag. Het gebruik van de optische en geluidssignalen rechtvaardigt niet dat het overige verkeer in gevaar wordt of kan worden gebracht of onnodig wordt gehinderd (artikel 5 Wegenverkeerswet 1994).
De ambulancechauffeur moet veilig en verantwoordelijk omgaan met gevaarlijke stoffen (elektrische auto’s) bij een ongeval en kennis van zake hebben op dit gebied.
Verantwoordelijk omgaan met de (on)veiligheid tijdens terrorisme gevolg bestrijding (TGB =extreem grof geweld) en daar zelfstandig levensreddende handelingen uitvoeren, zoals aanleggen van een tourniquet, wounddressing, emergency-bandage en chestseal).
Eigen veiligheid Voordat we op pad gaan willen we een ambulance tot onze beschikking hebben die veilig en volgens de laatste eisen voldoet aan wet- en regelgeving. We testen de communicatie apparatuur en controleren onze materialen. We leggen contact met de meldkamer en we zijn acuut beschikbaar. Geweldige baan en geweldige collega’s. We merken dat er nog onvoldoende adequate informatie gedeeld en bekend is. Denk bijvoorbeeld eens aan de toename van elektrische voertuigen. Wat betekent dit voor de hulpverleners? Dient bij elk ongeval brandweer meegestuurd te worden? Wist u dat er in sommige voertuigen 24 airbags zitten.
Meldkamer Ambulancezorg Zonder de meldkamer, onze levenslijn, kunnen wij niet op pad om goede patiëntenzorg te leveren. Alleen is hier essentieel dat we niet op een eiland werken en wonen. We zijn een schakel in de keten van Acute Zorg en Openbare Orde en Veiligheid. Maar ook ontwikkelingen voor maximale patiëntenzorg hoe krijgen we een patiënt vanuit een benarde positie hoog in een woning of een bedrijfspand of afgelegen in het bos, comfortabel en zonder verdere gezondheidsschade op de spoedeisende eerste hulp?
En de ontwikkelingen staan niet stil. Dus samenwerken met de brandweer is een aandachtsgebied dat een plaats verdient in het scholingsbeleid en regelmatig oefenen, is natuurlijk cruciaal.
In een veranderende maatschappij waarin steek- en schietwapens meer voorkomen is het belangrijk dat de meldkamer Ambulancezorg een goede samenwerking heeft met de politie-meldkamer.
ZCC, het Zorg Coördinatie Centrum. Innovatieve ontwikkelingen zijn van alle dag. Zo is recent in verschillende regio’s gestart met Zorg Coördinatie Centra. De Juiste zorg, op het juiste moment, door de juiste zorgverlener. Hierover kunnen anderen meer vertellen.
Collega’s, Met de Ambulanceverpleegkundige bereiden we ons onderweg gedegen voor op elke unieke situatie. Dit doen we door de PAP (Pre Arrival Preparation) en de PAT (Patiënt Assessment Triangle). In een sector die onderhevig is aan maatschappelijke veranderingen, zowel intern binnen het werkveld door o.a. Innovatie, als door differentiatie van functies zoals de Verpleegkundig Specialist Acute Zorg en de Bacheler Medisch Hulpverlener (BMH) die allen een positie krijgen binnen de Ambulancezorg. Binnen de inzetten hanteren we CRM (Crisis Resource Management). Dit betekent dat we elkaar behoeden voor ‘bijna’ fouten door controle en dubbelcontrole.
Psycho Sociale Arbeidsbelasting Een onderwerp dat zeker diepgaand onderzocht zou moeten worden is de PSA. Uit recent onderzoek in het Verenigd Koninkrijk is gebleken dat bij 38% van het ambulancepersoneel PTSS (Post Traumatisch Stress Syndroom ) voor komt.
De vakgroep Voor en door collega’s, spannen we ons in om ons als beroepsgroep niet onder te laten sneeuwen. Wij willen meepraten, initiëren en onze mening kenbaar maken. We zijn professionals die weten waar ze mee bezig zijn. Die continu naar de laatste ontwikkelingen worden bijgeschoold en zeer goed zijn opgeleid om verantwoord ons werk te doen. De waardering en erkenning, en het respect naar de ambulancechauffeur zou meer mogen. De veelzijdigheid van ons werk maakt dat we geen gewone werknemer zijn, maar een excellente kracht in de Ambulancesector.
Voor ons liggen nog mooie uitdagingen zowel in de ontwikkelingen met betrekking tot het modulaire opleiden als ook de positie binnen de beroepsvereniging. Hier worden we gedefinieerd als buitengewone leden maar we zijn uiteindelijk gewoon mensen met een inhoudelijke baan.
We zien jullie graag als lid met meerwaarde voor je vak. De RAV-en die nog niet vertegenwoordigd zijn in onze vakgroep betreffen de regio’s 1-3-4-7-8-9-10-11-12-13-14-16-17-18-19-23 en 25
Zorgregister Om je vakbekwaamheid op schrift tot uitdrukking te brengen bestaat het zorgregister. Hierin hou je alles bij met betrekking tot je opleiding, scholingen en congressen die je bijwoont. Het laat zien hoe je als professional serieus met je vak bezig bent. Naast het lezen van vakliteratuur is het van belang dat je jouw kennis kan delen met collega’s. Maar ook interactie met ambulanceverpleegkundigen of verpleegkundig specialisten zorgen dat je als ambulancechauffeur veel meer bent dan enkel een bestuurder van een voorrangsvoertuig.
Mogen we jullie van harte verwelkomen om de vakgroep ambulancechauffeurs op de juiste wijze te positioneren?
Informeer bij je eigen RAV naar de mogelijkheden.
Hartelijke groeten, Peter van der Vloet Voorzitter/coördinator
Het RIVM heeft berekend hoeveel ambulances er in Nederland in 2020 nodig zijn. Op werkdagen overdag zijn dat er 642, 20 meer dan vorig jaar is berekend.
De belangrijkste verklaring voor de extra 20 ambulances is dat er meer standplaatsen nodig zijn. Er zijn meer standplaatsen nodig doordat de uitgangspunten van het rekenmodel zijn aangepast. Verder zijn door de bijgestelde uitgangspunten ook extra ambulances toebedeeld aan regio’s waar de werkdruk erg hoog is. Een derde verklaring is dat er in 2019 meer ritten zijn gereden; het aantal ritten in het jaar ervoor wordt gebruikt in het rekenmodel.
Het ‘referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg’ berekent het aantal ambulances waarmee de ambulancezorg in Nederland kan worden uitgevoerd. Dit model is gebaseerd op een aantal uitgangspunten voor de Nederlandse ambulancezorg. Voorbeelden zijn de tijd na een melding waarbinnen een ambulance ter plaatse moet zijn en de spreiding van de standplaatsen over het land.
Het model is dit jaar aangepast om de 25 Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV’s) in Nederland vergelijkbare randvoorwaarden te geven voor de spreiding en capaciteit. Het ministerie van VWS, de Ambulancezorg Nederland (AZN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) hebben de uitgangspunten bijgesteld. De minister voor Medische Zorg en Sport heeft het nieuwe referentiekader vastgesteld. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gebruikt de uitkomsten om te bepalen hoe de kosten van de ambulancezorg gedekt zullen worden.
Het ‘referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg’ (referentiekader) berekent hoeveel ambulances nodig zijn voor de 25 Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV’s) in Nederland. Het referentiekader is gebaseerd op een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden.
Er zijn een aantal knelpunten in de Nederlandse ambulancezorg. Dat heeft onder andere te maken met de spreiding van standplaatsen in de regio’s en het aantal beschikbare ambulances. Het RIVM heeft daarom onderzocht hoe het referentiekader beter kan aansluiten bij de vraag naar ambulancezorg in de praktijk. Het heeft hiervoor een aantal varianten uitgewerkt met verschillen in het aantal standplaatsen en hun locaties. Dit onderzoek wordt de ‘doorontwikkeling’ van het referentiekader genoemd.
Hierbij is nagegaan hoeveel inwoners bij deze varianten binnen 12 minuten rijtijd vanaf een standplaats kunnen worden bereikt, de ‘dekking’. Ook is gekeken naar het aantal inwoners dat vanuit twee of meer standplaatsen kan worden bereikt, de ‘dubbele dekking’.
Verder is gekeken naar de werkdruk per RAV, oftewel het aantal spoedeisende inzetten per ambulance. Er zijn signalen dat de werkdruk in sommige RAV’s hoog is. Berekend is hoeveel extra ambulances nodig zijn om de werkdruk te beperken. Tot slot is ingeschat hoeveel ambulances over twee jaar nodig zijn. Deze ‘indexering’ is gebaseerd op een analyse van het aantal ambulanceritten over de afgelopen vier jaar.
Dit onderzoek is in opdracht van het ministerie van VWS uitgevoerd. In het bestuurlijk overleg tussen dit ministerie, zorgverzekeraars en de ambulancesector wordt besloten welke variant uit het onderzoek in het referentiekader-2020 zal worden gebruikt.
Minister Bruins meldt de uitkomsten van een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit naar de toegankelijkheid van de zorg op de spoedeisende hulp en de ambulancezorg.