Spreiding en beschikbaarheid 2020

Het RIVM heeft berekend hoeveel ambulances er in Nederland in 2020 nodig zijn. Op werkdagen overdag zijn dat er 642, 20 meer dan vorig jaar is berekend.

Het rapport

De belangrijkste verklaring voor de extra 20 ambulances is dat er meer standplaatsen nodig zijn. Er zijn meer standplaatsen nodig doordat de uitgangspunten van het rekenmodel zijn aangepast. Verder zijn door de bijgestelde uitgangspunten ook extra ambulances toebedeeld aan regio’s waar de werkdruk erg hoog is. Een derde verklaring is dat er in 2019 meer ritten zijn gereden; het aantal ritten in het jaar ervoor wordt gebruikt in het rekenmodel.

Het ‘referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg’ berekent het aantal ambulances waarmee de ambulancezorg in Nederland kan worden uitgevoerd. Dit model is gebaseerd op een aantal uitgangspunten voor de Nederlandse ambulancezorg. Voorbeelden zijn de tijd na een melding waarbinnen een ambulance ter plaatse moet zijn en de spreiding van de standplaatsen over het land.

Het model is dit jaar aangepast om de 25 Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV’s) in Nederland vergelijkbare randvoorwaarden te geven voor de spreiding en capaciteit. Het ministerie van VWS, de Ambulancezorg Nederland (AZN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) hebben de uitgangspunten bijgesteld. De minister voor Medische Zorg en Sport heeft het nieuwe referentiekader vastgesteld. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gebruikt de uitkomsten om te bepalen hoe de kosten van de ambulancezorg gedekt zullen worden.

Doorontwikkeling referentiekader ambulancezorg 2020

Het ‘referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg’
(referentiekader) berekent hoeveel ambulances nodig zijn voor de 25
Regionale Ambulance Voorzieningen (RAV’s) in Nederland. Het
referentiekader is gebaseerd op een aantal uitgangspunten en
randvoorwaarden.

Het rapport

Er zijn een aantal knelpunten in de Nederlandse ambulancezorg. Dat
heeft onder andere te maken met de spreiding van standplaatsen in de
regio’s en het aantal beschikbare ambulances. Het RIVM heeft daarom
onderzocht hoe het referentiekader beter kan aansluiten bij de vraag
naar ambulancezorg in de praktijk. Het heeft hiervoor een aantal
varianten uitgewerkt met verschillen in het aantal standplaatsen en hun
locaties. Dit onderzoek wordt de ‘doorontwikkeling’ van het
referentiekader genoemd.

Hierbij is nagegaan hoeveel inwoners bij deze varianten binnen 12
minuten rijtijd vanaf een standplaats kunnen worden bereikt, de
‘dekking’. Ook is gekeken naar het aantal inwoners dat vanuit twee of
meer standplaatsen kan worden bereikt, de ‘dubbele dekking’.

Verder is gekeken naar de werkdruk per RAV, oftewel het aantal
spoedeisende inzetten per ambulance. Er zijn signalen dat de werkdruk
in sommige RAV’s hoog is. Berekend is hoeveel extra ambulances nodig
zijn om de werkdruk te beperken. Tot slot is ingeschat hoeveel
ambulances over twee jaar nodig zijn. Deze ‘indexering’ is gebaseerd op
een analyse van het aantal ambulanceritten over de afgelopen vier jaar.

Dit onderzoek is in opdracht van het ministerie van VWS uitgevoerd. In
het bestuurlijk overleg tussen dit ministerie, zorgverzekeraars en de
ambulancesector wordt besloten welke variant uit het onderzoek in het
referentiekader-2020 zal worden gebruikt.

Stand van zaken vernieuwing C2000

Nieuwe infrastructuur mobiele communicatie (C2000)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 november 2017

Op 5 oktober jl. heeft u mij verzocht om aanvullende informatie ten behoeve van de technische briefing over de vernieuwing van het C2000 systeem. Graag ga ik onderstaand in op uw verzoek. In de bijlage heb ik een overzicht opgenomen over de achtergrond van de vernieuwing van het C2000 systeem1.

Aanleiding voor het verzoek tot de technische briefing

Om uw controlerende rol te kunnen vervullen bij de vernieuwing van C2000 heeft u verzocht om een besloten technische briefing, mede ingegeven door de schijnbare tegenstelling in de voortgangsberichten in juni en juli van 2017 (Kamerstuk 25 124 en 29 517, nr. 85 en Kamerstuk 25 124, nr. 86). In het Algemeen Overleg met uw Kamer op 29 juni jl. (Kamerstuk 29 517, nr. 125, p. 11) heeft mijn ambtsvoorganger aangegeven: «Wij blijven iedere vervolgstap afwegen of het gaat, zoals het moet gaan. Maar wij blijven mikken op het najaar, want als we de einddatum weghalen, brengt dat ook weer een verkeerde dynamiek met zich mee». Op 20 juli is vervolgens aangegeven dat de oplevering en het zorgvuldig testen van het systeem meer tijd vragen.

Achtergrond van de verschillende voortgangsberichten

Graag licht ik de achtergrond van de verschillende voortgangsberichten toe.

Een oplevering van het systeem in de zomer van 2017 werd tot en met het moment van het algemeen overleg met uw Kamer door de leveranciers als haalbaar gezien. Op 30 juni jl., een dag na afloop van het algemeen overleg met uw Kamer, gaven de leveranciers aan de oplevering van het nieuwe systeem in de zomer van 2017 alsnog niet haalbaar te achten. Dat maakte dat er onvoldoende tijd overbleef om de operationele voorbereiding op de migratie te voltooien. Daarop is besloten de migratiedatum in november los te laten en opdracht te geven voor het opstellen van een nieuwe planning. Nadat dit besluit in alle zorgvuldigheid was genomen, heb ik uw Kamer hierover geïnformeerd per brief op 20 juli (Kamerstuk 25 124, nr. 86).

Het is een weloverwogen keuze geweest om zo lang mogelijk vast te houden aan een eenduidige overgang in het najaar. Hoewel er eerder wel signalen waren dat er een risico was op een latere oplevering heeft dit niet geleid tot een aanpassing van de planning. De belangrijkste reden om hier niet toe over te gaan in een eerder stadium was dat de druk op de planning ook een functie aan de zijde van de gebruikers en programmaorganisatie had. Het ministerie en de hulpverleningsdiensten hebben op basis van deze planning reeds voorbereidingen getroffen om een migratie in het najaar van 2017 te realiseren. Het in een vroeg stadium verschuiven van de migratiedatum heeft het risico in zich dat ook de planning van de rand voorwaardelijke trajecten wordt losgelaten. Aan de zijde van de gebruikers en de programmaorganisatie zijn met het behouden van de druk op een concrete opleverdatum belangrijke stappen genomen voor de uiteindelijke realisatie van het vernieuwde C2000, zoals het opnieuw programmeren van de portofoons en mobilofoons voor het nieuwe netwerk, de aanpassingen in de meldkamers en het bij de kolommen en meldkamers verzamelen en ordenen van de data voor het nieuwe systeem.

Maatregelen naar aanleiding van de ontstane vertraging

Direct nadat de leveranciers aangaven meer tijd nodig te hebben is opdracht gegeven voor het opstellen van een herstelplan en een nieuwe planning. Er zijn door software-auditor Xebia twee externe audits op de architectuur en de kwaliteit van de software van het vernieuwde C2000 systeem uitgevoerd bij Hytera en Eurofunk. Deze hebben uitgewezen dat er voldoende basis is om de plannen verder uit te laten werken door de leveranciers. De audits hebben een beeld gegeven van de systeemarchitectuur met een focus op de schaalbaarheid, de prestaties en de stabiliteit van de software op dit moment alsook de integratie van het systeem. De auditinstantie oordeelt dat er geen significante bevindingen in de architectuur zijn die een succesvolle migratie in de weg staan. De nieuwe planning van de leveranciers zal ook worden beoordeeld door de onafhankelijke externe testinstantie Valori.

Omdat de leveranciers niet op het afgesproken moment het geïntegreerde systeem opleveren is door het programma IVC ingegrepen en is de controle op de voortgang van alle integratiewerkzaamheden bij de leveranciers verscherpt. Dit betekent ook dat binnen het programma IVC de sturing op de drie contracten binnen één team is samengebracht. Dit team is verantwoordelijk voor zowel de verscherpte controle als de integrale sturing op de drie contracten. Bij de leveranciers is afgedwongen dat een integrale projectmanager van een van de partijen optreedt als vertegenwoordiger van de drie leveranciers ter bevordering van de integrale oplevering.

Om het acceptatieproces te bevorderen heeft het programma IVC de leveranciers ook opdracht gegeven de wijze waarop invulling is gegeven aan de gestelde functionele eisen te demonsteren aan de toekomstige gebruikers en beheerders. In de periode oktober tot en met december laten de leveranciers de werking van het systeem zien (bijvoorbeeld het afhandelen van noodoproepen en het koppelen van gespreksgroepen) en geven ze uitleg over de bediening. Dit kan leiden tot aanpassingen in de werkprocessen van gebruikers en beheerders dan wel in het nieuwe systeem.

Voor het ontwerp van de landelijke ICT-voorziening van de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) is uitgegaan van de specificaties van het vernieuwde C2000. In nauwe afstemming met de LMO wordt bekeken wat een nieuwe planning voor IVC betekent voor de (samenvoeging van) meldkamers. Voor de nieuwe meldkamers Rotterdam, Haarlem en Den Bosch bestaat specifieke aandacht voor de consequenties van de nieuwe planning.

Het vaststellen van een nieuwe planning

Het vaststellen van een nieuwe migratiedatum vereist maximale zekerheid om te voorkomen dat wederom een voor alle hulpverleningsdiensten en het ministerie complexe herplanning moet plaatsvinden. Op dit moment worden mogelijke onzekerheden in de planning in kaart gebracht en zo veel als mogelijk weggenomen.

Het bepalen van de migratieperiode hangt af van de oplevering van het systeem, de migratievoorbereidingen, geplande evenementen en de mate waarin het werk van de hulpdiensten ruimte laat voor de migratie. Inmiddels is helder dat de migratie niet eerder dan de zomer van 2018 zal plaatsvinden. In januari 2018 wordt de nieuwe planning beoordeeld en wordt bepaald in welke periode de migratie daadwerkelijk kan plaatsvinden.

Continuïteit huidige netwerk

De stuurgroep Vernieuwing C2000 heeft verzocht de staat van het huidige netwerk door de beheerder te laten onderzoeken. Dit onderzoek heeft aangetoond dat het huidige netwerk nog steeds robuust en stabiel is. De nieuwe planning van het programma IVC impliceert dat het huidige netwerk langer gebruikt wordt en dat hierin ook altijd een zekerheidsmarge moet worden opgenomen. Ik tref maatregelen om het gebruik van het huidige systeem ook na 2018 nog voldoende te garanderen. In dit kader loopt een brede verkenning naar de mogelijkheden.

Tot slot

Ten slotte merk ik op dat bij alle overwegingen rondom de vernieuwing de veiligheid van onze hulpverleners en de impact op het werk van onze hulpdiensten voorop staat. Bij de implementatie van de vernieuwing worden de risico’s zorgvuldig en in nauwe afstemming met de gebruikers en beheerder gewogen. De keuze om meer tijd te nemen voor een zorgvuldige implementatie is eveneens in nauwe afstemming met het gebruikersveld genomen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

S & B 2017

Datum​    25 september 2017
Betreft​   Verzamelbrief Aanbieding referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg 2017

Geachte voorzitter,

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft op mijn verzoek het ‘Referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg’ (hierna: referentiekader) uit 2016 geactualiseerd (zie bijlage), op basis van productiecijfers van de ambulancezorg over het jaar 2016. Dit referentiekader berekent het minimum aantal ambulances per regio waarmee de ambulancezorg in Nederland kan worden uitgevoerd. Het referentiekader is een hulpmiddel bij de jaarlijkse afspraken tussen regionale ambulancevoorzieningen en zorgverzekeraars in het kader van de zorginkoop. Het staat deze partijen vrij om, indien zij daar aanleiding toe zien, binnen regio’s voor een andere standplaatsindeling en aantallen ambulances te kiezen.

Resultaten referentiekader-2017
In 2016 zijn er op werkdagen overdag (8-16 uur) 608 ambulances nodig. Dit zijn er tien meer dan in het referentiekader-2016. Op werkdagen in de avonduren (16-24 uur) zijn er zes ambulances meer nodig en in de nacht (0-8 uur) vier ambulances meer. In de weekenddagen varieert het aantal extra benodigde ambulances van drie tot zeven, afhankelijk van het tijdstip op de dag. Ambulancevoorzieningen noemen zelf verschillende redenen voor de stijgende vraag naar ambulancezorg, zoals regionale toename van het aantal aanvragen door huisartsen en huisartsenposten, veranderingen in het aanbod van de spoedeisende hulp (SEH), een sterke stijging van het aantal 112-meldingen, een toenemende kans op klachten en claims bij incidenten, waardoor ambulanceteams patiënten vaker naar een SEH brengen om deze klachten en claims te voorkomen en de toegenomen aandacht en tijd die wordt besteed aan het volledig maken van registraties van inzetten, met een langere ritduur tot gevolg.

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document…

Ik stuur het referentiekader-2017 door aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met het verzoek dit in de budgetten voor de regionale ambulancevoorzieningen, die conform de beleidsregel Regionale Ambulancevoorziening worden vastgesteld,
door te rekenen. De aanbevelingen die het RIVM heeft gedaan, zullen in het reguliere overleg met Ambulancezorg Nederland (AZN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) worden besproken.

Hoogachtend,

de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

mw. drs. E.I. Schippers

Marktscan Acute Zorg 2017

De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Datum​ 11 september 2017
Betreft​ Marktscan acute zorg

Geachte voorzitter,

In mijn brief van 5 oktober 2016 aan uw Kamer over de aanpak van de drukte in de acute zorgketen heb ik u laten weten dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op mijn verzoek een marktscan van de acute zorgketen op landelijk niveau zou maken. Hierbij ontvangt u dit rapport.
Lees verder “Marktscan Acute Zorg 2017”

Memorie van antwoord

De Voorzitter van de Eerste Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20017
2500 EA DEN HAAG

Datum 29 augustus 2017
Betreft Wetsvoorstel tot verlenging en wijziging van de Tijdelijke
wet ambulancezorg (34623)

Geachte voorzitter,

Hierbij bied u de memorie van antwoord inzake het bovengenoemde wetsvoorstel aan.

 

Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

mw. drs. E.I. Schippers