Multidomein

De ontwikkelingen in het multi domein betreffen de vorming van de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO), de beheerconsequenties van de vernieuwing van C2000, de dienstverlening op de doorontwikkeling van het 112-concept en de doorontwikkeling van het multi-bestedingsplan. De ontwikkelingen op deze onderwerpen vragen om afstemming en samenwerking met de partners in het multi-domein, in ieder geval de veiligheidsregio’s, de regionale ambulance voorzieningen en de Koninklijke Marechaussee. En op de wenselijkheid deze onderwerpen op gestructureerde wijze in een multi-bestedingsplan met elkaar in verband te brengen ondersteunend aan de ontwikkeling van de disciplines in het meldkamerdomein. Hiernaast zal vooruitlopend op het wetsvoorstel waarmee de politie verantwoordelijkheid krijgt voor het beheer van de samengevoegde meldkamers voorbereidingen worden getroffen voor het inrichten van het toekomst vast beheer voor de samengevoegde meldkamers.

Landelijke meldkamerorganisatie
De vorming van de LMO loopt langs twee lijnen. Lijn 1 betreft de samenvoeging van de meldkamers en lijn 2 betreft de ontwikkeling van de multi-samenwerking in de meldkamers.
Het korps draagt bij aan beide lijnen van de vorming van de LMO via diverse onderdelen van de organisatie: het programma LMO, de inzet van het PDC, de inzet van de politieleidinggevenden en hun medewerkers in de regionale stuurgroepen en de inzet van de staf Korpsleiding. Dit betreft de volgende activiteiten, waarbij het behoud van continuïteit van dienstverlening van de meldkamers een belangrijke randvoorwaarde is:
• Aansluiten van de nieuwe samengevoegde meldkamerlocaties in Den Bosch en Haarlem naar verwachting in 2018 op de landelijke Informatievoorzieningsinfrastructuur (IV-LMO). In de jaren daarna zullen de andere locaties aangesloten worden op de landelijke meldkamer IV.
• Zorgdragen voor de nieuwbouw en verbouw van de locaties in Den Bosch, Bergen op Zoom, Apeldoorn en Hilversum, inclusief verhuizingen en in sommige gevallen tijdelijke huisvesting.
• Voorbereiden op de nieuwe verantwoordelijkheid op basis van het concept wetsvoorstel inzake de meldkamers waarbij de politie de taak krijgt de meldkamerlocaties in stand te houden. De vaststelling van de veranderopgave en de organisatievorm die nodig is om deze nieuwe verantwoordelijkheid waar te kunnen maken, maken hier onderdeel van uit. Een ander onderdeel is het verzorgen van het IV-beheer van de locaties waar de landelijke meldkamer IV is aangesloten.
• Het proces van vraagarticulatie voor het multi domein, waaronder de meldkamers, samen met de partners vorm geven en vast stellen. De uitdaging hierbij is de lokale behoeftestelling vanuit de 25 veiligheidsregio’s en RAV-en om te bouwen tot een landelijke vraagstelling, gekoppeld aan de bijzondere bijdrage die de politie voor de taken in het meldkamerdomein gaat krijgen. Op basis van de vraagarticulatie kan de behoeftebepaling ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen, zoals het nieuwe melden en de voorbereiding op een nieuw meldkamer systeem (NMS), plaats vinden. In 2017 is de marktconsultatie met de partners voor NMS opgestart die begin 2019 tot resultaat moet leiden.

Beheerconsequenties van de vernieuwing van C2000
De politie draagt, onder de verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie, zorg voor het (tactisch en organisatorisch) beheer van C2000 en ontvangt daarvoor een bijzondere bijdrage. De werkzaamheden vinden plaats overeenkomstig de afspraken uit de beheerovereenkomst en de mandaatregeling.

In het najaar van 2017 wordt een vernieuwd C2000 netwerk opgeleverd door het project IVC. Het vernieuwde C2000 netwerk vraagt na oplevering om aanpassingen in het beheer. Voorbereidingen worden getroffen om te bepalen welke aanpassingen in het beheer, mede conform het dan geldende beveiligingsbeleid, aangebracht kunnen worden. Een voorstel tot aanpassing van het beheer en inzet van middelen wordt in de 2e helft van 2017 voorgelegd en afgestemd in multidisciplinair verband. De uitkomsten hiervan worden vertaald in de beheerovereenkomst en respectievelijk de mandaatregeling en zullen daarnaast vanaf 2018 gefaseerd worden ingevoerd.

Dienstverlening op het doorontwikkelde 112-concept
Om de continuïteit van 112 tot 2022 te waarborgen en tevens te kunnen blijven voldoen aan de Europese regelgeving (waaronder de implementatie van eCall en Total Conversation) is in 2016 een doorontwikkeling 112 gestart. De realisatie van dit project wordt in het voorjaar van 2018 afgerond. De bereikbaarheid en beschikbaarheid van 112 wordt dan als dienst afgenomen van de leverancier. De huidige 112 voorziening zal worden ontmanteld.
Daarnaast zal de besturing van 112 onder het multi-domein worden gebracht. In 2018 zal multidisciplinaire afstemming plaatsvinden over de vernieuwing van 112. Naar verwachting zal in 2019 vervolgens worden gestart met een Europese aanbesteding voor technische vernieuwing passend bij maatschappelijke wensen en behoeften en passend binnen de mogelijkheden van de politie en haar veiligheidspartners. Dit zal in 2020/2021 moeten leiden tot een volledig vernieuwde 112 omgeving in de meldkamers. Hierbij valt te denken aan het gebruik van “voice over IP” en data en video op de meldkamer, voor de communicatie met zowel burgers als hulpverleners.

Doorontwikkeling van het multi-bestedingsplan
Het multi-bestedingsplan moet in haar doorontwikkeling meer en meer gaan aansluiten bij de bestuurlijke informatiebehoefte. Dit is een groeipad voor de komende jaren. Inhoudelijke details, die momenteel alleen in het multi-bestedingsplan zitten moeten worden opgenomen in onderliggende documenten en operationele wensen dienen in innovatietrajecten te worden omgezet, zodat, daar waar nodig, in de daarvoor bestemde multidisciplinaire gremia expliciet besluitvorming plaats kan vinden die opname in het multi-bestedingsplan ondersteund. Het multi-bestedingsplan wordt daardoor meer een overzichtelijk paraplu-document, dat op tactisch/strategisch niveau meerjarig inzicht geeft in kosten en het effect op het proces of de producten dat ermee bereikt wordt.
De uitgaven die verbonden zijn aan het meldkamerdomein worden in het multi-bestedingsplan uitgewerkt en toegelicht. Dit bestedingsplan zal na bespreking in het CIO-beraad uiterlijk op 1 september 2017 aan het ministerie van Veiligheid en Justitie worden aangeboden.

Bachelor Medisch Hulpverlener

Beroep van Bachelor Medisch Hulpverlener opgenomen in Artikel 36a van de Wet BIG

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in april 2017 het besluit genomen dat met ingang van 1 mei 2017 voor de Bachelor Medisch Hulpverlener een experimenteerperiode start. Met het ‘Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener’ wordt uitvoering gegeven aan Artikel 36a van de Wet BIG. Dit houdt in dat aan de medisch hulpverlener gedurende een periode van maximaal vijf jaar een zelfstandige bevoegdheid, die in omvang is beperkt, wordt toegekend van een aantal aangewezen voorbehouden handelingen.

De medisch hulpverlener dient te beschikken over het diploma Bachelor Medische Hulpverlening van een door de Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) geaccrediteerde Hbo-bacheloropleiding. Daarnaast verdient het aanbeveling dat de medisch hulpverlener ingeschreven staat in het Kwaliteitsregister van de beroepsvereniging Nederlandse Vereniging voor Bachelor Medisch Hulpverleners.

Gedurende de experimenteerperiode wordt door een onafhankelijke wetenschappelijke evaluatie onderzocht of de toedeling van de zelfstandige bevoegdheid bijdraagt aan efficiëntere en effectievere zorg waarbij het primaire uitgangspunt is dat de kwaliteit van zorg en de patiëntveiligheid is gewaarborgd.

De Bachelor Medisch Hulpverlener valt gedurende de experimenteerperiode onder de werking van het tuchtrecht. De tuchtmaatregelen waarschuwing, berisping en geldboete kunnen worden opgelegd voor wat betreft het verrichten van de aangewezen voorbehouden handelingen.

De volledige publicatie vind je hier.

 

Technische informatie over de publicatie VoorBIGhouden 2:
Eindrapportage Evaluatieonderzoek Art. 36a Wet BIG met betrekking tot de inzet van de Verpleegkundig Specialist en de Physician Assistant:
Electieve cardioversie, defibrillatie, endoscopie

ambulanceverpleegkundige

een verpleegkundige zoals bedoeld in het Besluit functionele zelfstandigheid die in het bezit is van het getuigschrift ambulanceverpleegkundige dat is afgegeven door of namens de Stichting Opleidingen Scholing Ambulancehulpverlening dan wel het orgaan dat hiertoe bij of krachtens de wet is aangewezen.

# borging in de Wet BIG
# Rol van de inspectie (IGZ)

De inspectie treedt op als door disfunctionerende beroepsbeoefenaren of afdelingen de patiëntveiligheid in gevaar is. Aanvullend hierop kijkt de inspectie ook naar de governance van instellingen: sturen zij op het verantwoord functioneren van alle medewerkers. Als dat systeem goed werkt, en een instelling zelf actie neemt als een beroepsbeoefenaar niet verantwoord functioneert, dan hoeft de inspectie niet op te treden.
Toezicht op functioneren
Voor het sturen op functioneren kijkt de inspectie bij risicotoezicht of de bestuurder een adequaat systeem voor het sturen op het functioneren van de medewerkers heeft. De inspectie zal daartoe aandacht schenken aan de wijze waarop zorginstellingen:
– aantonen hoe zij sturen op functioneren van medewerkers door o.a.
– functionerings- en beoordelingsgesprekken;
– deelname van beroepsbeoefenaren aan visitaties vanuit de beroepsvereniging of wetenschappelijke vereniging;
– transparantie van functioneringsbeoordelingen voor de bestuurder;
– opleidingsbeleid: na- en bijscholing en toetsing gericht op alle competenties;
– standaard controle bij het BIG-register en opvragen referenties en verklaring omtrent gedrag bij nieuwe medewerkers.
– aantonen hoe zij beleid en implementatie organiseren van veilig melden, aanspreekcultuur, leren van fouten; een open veiligheidscultuur stimuleren;
– aantonen hoe zij meldingen/visie van patiënten of cliënten betrekken bij beoordeling kwaliteit en hoe zij verschillende signalen combineren;
– verantwoorden welke acties zij ondernemen om beroepsbeoefenaren die verminderd functioneren te helpen zich te verbeteren;
– beschikken over protocollen hoe om te gaan met verminderd functioneren en disfunctioneren, waaronder alcohol en middelengebruik en seksueel grensoverschrijdend gedrag;
– borgen dat het beleid rond sturen op functioneren, verminderd functioneren en disfunctioneren bekend is bij alle medewerkers.

juridische controle Tuchtrecht